Rolstoelvakantie 8, september 2012

Buiten is het koud, een goede tijd om weer eens terug te denken aan onze laatste vakantie. We hadden hiervoor twee locaties in Zuid-Frankrijk uitgezocht, één aan de Atlantische kust, en één bij de Middellandse Zee. Tussen twee zeeën dus. Om de vakantie rustig te beginnen kwam ’s ochtends gewoon de thuiszorg, zij het iets vroeger dan gebruikelijk. Zo kon ik ongestoord de auto inpakken en mijn energie sparen voor de rest van de dag. Een goede zet, al zeg ik het zelf. Dus als wij rond half negen de straat uitrijden ben ik niet helemaal bezweet van het heen en weer rennen en helemaal opgejaagd.

En route

De eerste locatie voor onze vakantie ligt aardig zuidelijk, dus hebben wij onderweg een onderbreking ingepland in Le Mans. De route er naar toe kennen we goed, dus is het heerlijk genieten en rustig rijden. Zoals altijd ontbijten bij Gent, een perfecte plek voor een eerste onderbreking. Voor de lunch stoppen we op een Aire even voor Rouen. Na nog één onderbreking komen we aan bij ons hotel in Le Mans. Onze ervaringen vorig jaar met de Première Classe-keten waren goed, dus gingen we dit hotel ook met goede moed binnen.

We hadden het uitgekozen omdat het niet aan de buitenrand van de stad lag, maar in het centrum, vlak bij de oude stad. Maar al snel zijn er wat irritatiepuntjes. Zo is het vrijwel onmogelijk om met een rolstoel uit de garage in de hal van het hotel te komen. Er zijn twee deuren met zware drangers waar je door moet. Als ik John door de eerste deur heb kan ik niet bij de tweede deur komen en hij kan uit de rolstoel de deur niet open krijgen. Dan moeten we eerst met de lift naar de tweede verdieping waar de receptie is. Die lift is erg klein, dus pas ik er bijna niet meer in als de rolstoel er in staat. Onze kamer is op de vierde verdieping, helemaal aan het einde van de gang, dus erg ver van de lift. De inrichting is ook verre van ideaal. Wil ik de rolstoel naast het bed kunnen zetten om John in bed te krijgen, dan moet ik eerst het bed opschuiven. Vervolgens kunnen we dan niet meer bij de badkamer komen. En als je dan voorbij het bed bent gaat de deur van de badkamer verkeerd om open zodat je bijna niet met de stoel voorbij de deur kunt komen. Geen ontspannen begin van de vakantie. Natuurlijk heb ik wel zoals gebruikelijk van te voren gemaild met de manager van het hotel om specifiek na te vragen of de kamer goed toegankelijk was, dus loop ik nu ook meteen terug naar de receptie om mijn bevindingen te delen. Vaak realiseren mensen zich helemaal niet waar je als rolstoelgebruiker tegenaan loopt.  De kamerdeur en badkamerdeur zijn immers breder, en er zijn beugels bij het toilet. Ik geef aan dat het bijvoorbeeld al erg zou helpen als ze de badkamerdeur andersom zouden monteren, zodat je er vanuit de kamer makkelijker in kunt komen. Het is pas later, als ’s nachts drie keer het brandalarm afgaat, dat ik me realiseer hoe eng het is om in een kamer op de vierde verdieping te zitten met iemand die je niet in vijf seconden in zijn rolstoel hebt zitten……

Afijn. Om te beginnen lopen wij heerlijk in de zon vanuit het hotel om de oude stad heen, op zoek naar een manier waarop wij de oude stad inkunnen. De oude stad ligt namelijk op een heuvel. Veel van de wegen zijn of te steil voor een rolstoel, of er zijn trappetjes. Helaas hebben ze het trottoir langs de hoofdweg rondom de oude stad ook ‘in stijl’ bestraat. Het zijn nog net geen kinderkopjes, maar het effect op de rolstoel is wel een beetje hetzelfde! Ook vanaf de rand is er genoeg te genieten van de oude stad. We vinden zelfs spontaan het oude hertogelijke paleis (van de hertogen van Anjou) waar Henry II geboren is. Al meteen op de eerste avond onze eerste link met Henry en Eleanor (een van onze favoriete periodes in de Engelse geschiedenis)! Het is niet heel erg gemakkelijk om een restaurantje te vinden waar de rolstoel naar binnen kan. Er zijn ook aardig wat restaurantjes gesloten. Dat krijg je als je na het hoogseizoen gaat. Gelukkig is er een Bretonse Crèperie, waar we heerlijk kunnen eten.

De volgende dag is het jammer genoeg een stuk bewolkter en winderiger. We ontbijten dus maar niet buiten op een terrasje maar op een terrasje in een shoppingmall in het centrum. Heerlijk Frans, een kopje koffie en een croissantje. We willen erg graag de kathedraal bezoeken, maar dan moet ik toch echt over de kinderkopjes de heuvel op. Hard werken, zo op mijn eerste vakantiedag. Het voelt alleen wel of de rolstoel helemaal uit elkaar trilt! Gelukkig is het uiteindelijk de moeite waard, want je kunt goed de kathedraal binnenkomen, er is een lange hellingbaan, en de kathedraal is prachtig van binnen. Na het bezoek besluit ik John in de buurt van de kathedraal achter te laten en eerst de auto op te gaan halen bij het hotel. Er is wel een parkeerplaats in de buurt waar je ook als niet-bewoner mag komen, maar ik mag er eigenlijk niet langere tijd staan. En het is toch wel een kwartiertje lopen om de auto te halen. Dus zoek ik eerst een plek relatief in de luwte naast de kathedraal waar John op mij kan wachten. Hij vertelt later dat hij regelmatig is aangesproken door mensen die vroegen of hij hulp nodig had…..

We zoeken eerst een LeClerc in de buurt om te tanken en wat kleine boodschappen te doen. Daarna rijden we naar de Abbaye de l’Épau, even buiten Le Mans. We zijn hier 10 jaar geleden al eens geweest. Alleen werd een paar dagen later mijn camera gestolen, dus wil ik alles graag opnieuw filmen en fotograferen. John wil het ook graag nog eens zien. De abdij is gesticht door Berengaria, de vrouw van Richard Leeuwenhart, en dus de schoondochter van Henry en Eleanor. Tot onze verrassing doet ook deze abdij mee aan de gebruikelijke regels voor toegang bij historische attracties: een rolstoel en een begeleider mogen gratis naar binnen. Verder kun je vrijwel overal komen met de rolstoel. Alleen de slaapzaal is niet toegankelijk (op de eerste verdieping). Vlak na ons komt er ook een busje met bejaarden, dus dan is het soms op elkaar wachten met alle rollatoren en rolstoelen! Tegen de eind van ons bezoek gaat het wat miezeren dus dan gaan we snel weer de auto in en terug naar het hotel. Terwijl we daar wat uitrusten bedenken we dat we eigenlijk geen zin hebben om weer helemaal naar het centrum te lopen en er is ook een aardig restaurantje in de buurt van het hotel, dus daar sluiten we ons bezoek aan Le Mans af. Gelukkig worden we de tweede nacht niet meer gestoord door brandalarmen!

Île d’Oléron

Vanuit de auto werpen we een laatste blik op de muren rondom de oude stad, op weg naar de snelweg. Vandaag is het natuurlijk weer prachtig zonnig. We stoppen onderweg bij een wegrestaurantje voor een croissantje en genieten weer de hele dag van het prachtige landschap waar we doorrijden naar het zuiden. Even voor La Rochelle gaan we van de snelweg af en moeten we nog een heel stuk ‘binnendoor’. Onderweg kijken we alvast of we ergens een grote LeClerc zien om boodschappen voor het weekend te doen. Die vinden we bij Rochefort, vlak voor de brug over de rivier Charente. Deze brug zie je al vanuit de verte liggen. Eigenlijk denken wij dan al dat we bij de brug naar het eiland zijn, maar die is nog een stukje verder. De brug maakt het eiland heel toegankelijk. Het eiland is ook vrij groot: 30 km lang en 9 km breed. Aan het eind van de middag komen wij aan bij ons verblijf: het vakantiepark l’Accolade. Het stond al jaren op mijn verlanglijstje om uit te proberen, omdat men zegt dat het zo goed aangepast is voor rolstoelers. Dat blijkt ook werkelijk zo te zijn. Daarmee is niet alleen een vakantie voor ons beiden, maar ook een echte adempauze voor mij. Vandaar dat ik ons verblijf hier al eerder beschreef op mijn blog Adempauze.

Maar natuurlijk blijven wij niet alleen op het park, wij willen ook wat van de omgeving zien. Omdat dit met de hulpmiddelen toch niet zo goed ging, doen we dat dus op de gebruikelijke manier: met de auto. De meeste tijd blijven we bij onze uitjes op het eiland. Daar blijkt zoveel te zien en te doen te zijn, ook voor rolstoelers, dat we het eiland na één week nog niet helemaal gezien hebben. We gaan maar één keertje van het eiland af, om La Rochelle opnieuw te bezoeken. We zijn hier vijf jaar geleden al eens geweest, op doorreis. Maar nu willen we er meer van zien. Op zich kun je vanaf het Ile d’Oléron ook met een boot naar La Rochelle, maar die is afhankelijk van het getijde. Deze week hadden we dan heel vroeg klaar moeten zijn om de boot te halen, dus gaan we toch maar helemaal met de auto. Ik vind vrij snel een goede parkeerplek vlak bij het strand en vlak bij de oude stad. We zitten er heerlijk op een terrasje in de zon, eten er lekker en lopen een heel stuk door de oude stad. We zoeken naar het huis dat aangekondigd staat als het huis van Henri II, maar dat blijkt de Franse Henri II te zijn en niet onze Henry. Soms moet je even zoeken hoe je ergens langs kunt komen met de rolstoel, maar over het algemeen is het goed te doen.

Op het eiland komen we vooral Eleanor wel vaak tegen. Als hertogin van Aquitaine viel het onder haar land en ze kwam hier vaak. Ze schonk o.a. het geld om in het dorpje vlakbij het park, St-Georges-d’Oléron, een kerk te laten bouwen. In de kerk in de grotere plaats, St-Pierre-d’Oléron, ligt een kopie van haar grafmonument. Het origineel ligt in de Abdij van Fontevraud. Natuurlijk bezoeken we beiden, net zoals het lokale museum in St-Pierre. Aan de rand van St-Pierre blijkt overigens ook een grote LeClerc te zijn, dus ook voor boodschappen hoef ik niet weer het eiland af, wat ik eigenlijk wel verwachtte.

We maken twee rondritten over het eiland. De eerste keer rijden langs de kust naar het zuiden naar La Cotinière, een leuk havenplaatsje, met een grote visafslag en een vismarkt. Vandaar steken we het eiland over, door het gebied met veel oesterkwekerijen (vroeger zoutvijvers), naar Boyardville. Deze plaats ontstond vooral toen in de baai ertegenover Fort Boyard werd gebouwd. Even ten noorden van Boyardville lunchen we in een leuk strandtentje. Nu buiten het seizoen heerlijk rustig, maar de parkeerplaats is wel een stukje verder. Ook moet ik, al is het maar een heel klein stukje, door het zand met de rolstoel en dat gaat niet echt soepel. Gelukkig maakt de serveerster als we klaar zijn een zijkant van de terrasbescherming open zodat ik niet meer door het zand hoef. We eten er heerlijk, zoals het hoort natuurlijk iets vissigs. Na de lunch rijden we langs de oostkust helemaal door tot de noordpunt van het eiland. Hier ligt een mooie vuurtoren, de Phare de Chassiron, maar die is zelfs buiten het seizoen zó populair, dat ik niet zo snel een parkeerplaats vind, dus rijden we door. Een stukje verderop schiet ik nog wat mooie plaatjes van de vuurtoren langs de westkust. Vandaar rijden we weer terug naar l’Accolade.

Voor de tweede rit rijden we eerst terug naar de brug naar het eiland. Hier ligt het plaatsje Le Chateau d’Oléron, waar in vroeger tijden het kasteel van Eleanor lag. Later is er een vesting gebouwd, en natuurlijk heeft Vauban zich ook bemoeid met deze vesting. We parkeren aan de haven waar de officiële ingang naar de vesting is. Helaas moet je dan wel een hele steile helling op. Gelukkig biedt een aardige meneer mij hulp aan, anders was het wel moeilijk geweest om boven te komen. Het is natuurlijk het leukste om in de citadel de muren op te gaan en dat lukt niet met de rolstoel, maar toch vindt John het een hele belevenis. Er zijn diverse bordjes die de geschiedenis van de vesting uitleggen. Voor een bezoek van Louis XIII is er aan de kant van het plaatsje een nieuwe poort gebouwd, en dat blijkt een makkelijker manier om de citadel weer te verlaten! Alleen heb ik geen kaart van het plaatsje bij me en loop ik dus een heel eind om. Er is een leuk centraal plein waar je zou kunnen eten, maar de terrasjes zijn al aardig vol. Ik heb ook leuke terrasjes gezien aan de haven dus lopen we daar heen. Automatisch loop ik terug naar de auto, maar er blijkt vlak bij de auto geen brug te zijn waar je aan de andere kant van de haven kunt komen, dus moeten we er helemaal om  heen. Er zijn daar inderdaad hele leuke restaurantjes, maar inmiddels is overal de keuken dicht. Dus rijden we maar terug naar St-Pierre, waar we door het centrum lopen en het museum bezoeken.

Languedoc

Na deze heerlijke rustige eerste week gaan we verkassen. Uitgezwaaid door de aanwezigen op het park rijden we eerst richting Bordeaux, en vandaar richting Toulouse en verder naar Narbonne. Voorbij Toulouse wordt de omgeving steeds vertrouwder, want we gaan terug naar Ouveillan, waar we het vorig jaar ook zo heerlijk hebben gehad. Het voelt een beetje als thuiskomen. De ruimte, de rust. Helaas zijn de druiven al een week geleden geplukt want ik had graag de druivenpluk meegemaakt. Ook prijkt er nu een feesttent op het terras over de tafel. Hierdoor kun je ook buiten zitten als het een beetje miezert. Midden in de zomer biedt het vast ook veel bescherming tegen de zon. Alleen heeft John er in het begin wat moeite mee om uit te vinden hoe hij zich moet verplaatsen op het terras zonder steeds tegen de tent aan te komen.

Na de positieve ervaringen bij l’Accolade willen wij natuurlijk dit jaar hier ook het zwembad uitproberen. Helaas is als wij aankomen de tillift defect. Als die gerepareerd is, is het inmiddels oktober, hebben we een paar dagen met regen gehad, en is het water van het zwembad eigenlijk te koud voor John. Maar we hebben het wel geprobeerd! Doordat het weer deze nazomer niet altijd meewerkt passen wij ons excursieschema een klein beetje aan. Natuurlijk bouwen we voldoende rust in, maar we bezoeken ook allerlei plaatsen. Zo bezoeken we dit keer wel Narbonne, wat er de vorige keer niet van kwam. Doordat er veel bouwwerkzaamheden zijn rondom de rivier in het centrum is het even zoeken om een goede invalidenparkeerplaats te vinden. We lopen een heel stuk door het centrum, bezoeken wat van de gebouwen in het centrum en gaan ook naar de kathedraal. Het is soms even zoeken of en hoe je met de rolstoel naar binnenkunt. Soms is het ook een kwestie van brutaal zijn. Zo vraag ik er naar in de kathedraal, en dan maken ze speciaal een achterdeur open zodat we erin kunnen. Andere keren is weer even pijnlijk duidelijk dat sommige mensen géén idee hebben. Een man spreekt ons aan met de mogelijkheid om gratis een bepaald museum te bezoeken. Op mijn vraag of het ook rolstoeltoegankelijk is, zegt hij: ja hoor, je moet alleen een paar treden op om binnen te komen. Zucht!

Vorig jaar waren we al in Carcassonne geweest. Ondanks het feit dat de hele oude stad betegeld is met kinderkopjes en het op een heuvel ligt, wilde John toch weer graag terug. Dit keer was het niet zo druk bij het kasteel, dus gingen we ook daar naar binnen (gratis natuurlijk weer voor de rolstoel en de begeleider). Leuk om een indruk op te doen, maar jammer genoeg kom je niet verder dan de binnenplaats. Door de wind was het ook een beetje te koud om John te laten zitten terwijl ik het kasteel rondging. Na de lunch is het inmiddels zwaarbewolkt. Toch willen we nog graag wat in de omgeving rondkijken. We rijden door naar Mirepoix, een stadje met een oud centrum, dat we bij de Avondetappe zagen. We kunnen parkeren net buiten het oude centrum, dat beslist het bekijken waar is. We drinken thee op een terrasje van een tearoom, die een Nederlandse eigenaar blijkt te hebben.

Een andere keer rijden we naar het zuiden en bezoeken Perpignan. Dat doet meteen heel anders aan, het ligt ook veel dichter bij Spanje en heeft in de geschiedenis ook vaak aan Spanje behoort. De lokale bewoners spreken wel Frans, maar spreken onderling meestal Catalaans. We parkeren niet ver van de rivier onder een platanenallee, bij de VVV. We proberen een wandelroute uit de Michelingids te volgen, maar dat is niet altijd handig met de rolstoel. Blijkt later dat het mooiste van het oude centrum gewoon onderaan de heuvel ligt. Na de lunch wilden we eigenlijk nog wel het kasteel gaan bekijken, maar dan begint het hard te regenen, dus vluchten we terug naar de auto.

Vanuit ons huisje hebben we bij mooi weer steeds uitzicht op heuvelruggen in de verte. Daarom willen we ze graag eens van dichterbij bekijken. Uiteindelijk doen we dit in twee rondritten, omdat het voor John in de eerste rondrit teveel indrukken oplevert. Bij de eerst rondrit rijden we via Saint-Pons-de-Thomières naar Olargues. Dit is een oude versterkte stad op een heuvel. Ons idee was om ergens in het centrum te parkeren, wat rond te lopen en dan op een centraal plein koffie te drinken. We vinden een parkeerplaats bij de ingangspoort van de versterking, maar de weg daarvandaag gaat weer aardig steil omhoog. Gelukkig dit keer geen kinderkopjes. Door een zijstraatje zie ik een aardig pleintje, maar helaas vinden we er geen terrasje. Er zitten wel twee mensen voor hun huis, die vragen of we wat zoeken. In mijn beste Frans leg ik uit dat we een café zoeken om koffie te drinken. Die blijken hier niet te zijn, maar ze nodigen ons uit om met hen koffie te drinken. Als mevrouw naar binnen gaat horen we opeens dat ze Nederlands spreken! Een gezellige stop. Terwijl John zijn koffie opdrinkt loop ik vast weer de heuvel af om de auto te gaan halen. Ik vind het toch wel eng om met de rolstoel deze helling weer af te moeten….. Hiervandaan gaan we echt de heuvels in. We beginnen met de Monts de l’Espinouse. Het landschap is werkelijk schitterend, en opvallend wisselend. De wegen zijn smal en bochtig, dus is probeer steeds een parkeerplek te vinden waar we even kunnen stoppen en van het uitzicht kunnen genieten. We rijden van Col naar Col, rondom de hoogste punten van de Espinouse en vandaar verder rondom de Caroux, een zeer herkenbare bergtop. Maar op dat moment is de koek op, dus rijden we naar huis.

De tweede rondrit een paar dagen later beginnen we daarom weer richting de Caroux, via het wijngebied Saint-Chinian en het prachtig gelegen Roquebrun. Na de brug over de Orb bij Tarassac gaan we naar het westen, en dan voorbij St-Pons door de Montagnes Noires. We rijden over allerlei cols net ten oosten van de Pic de Nore, maar zien de Pic eigenlijk nergens, dus dat moet nog eens wachten tot de volgende keer. Weer stoppen we hier en daar om van het prachtige uitzicht te genieten, maar John is blij dat hij dat vanuit de auto kan doen. Hij vindt het toch niet echt veilig om hier uit de auto te komen. Scheelt ook weer in de transfers!

Vlak bij ons huisje ligt de Oppidum de l’Ensérune, een heuvel in het vlakke landschap waarop al voor de Romeinen een nederzetting bestond. De romeinse weg die we ook al in Narbonne zagen, als het ware de doorgaande weg van Rome naar Spanje, liep vlak langs deze nederzetting. In het begin van de 20e eeuw is men begonnen met opgraven. De opgravingen zijn te bezoeken. Gelukkig is het nu al een paar dagen zonnig, dus is het niet zo modderig in de omgeving als vorig jaar. Het huis waarin toen de archeologen woonden is nu het museum waarin je opgegraven artefacten kunt bezichtigen. Wij mogen weer gratis naar binnen. Je kunt met de rolstoel bij vrijwel alle opgravingen komen, alleen zijn er twee steile stukjes, één keer naar beneden en één keer omhoog, en een hele steile helling om in het museum te komen. Maar vanaf de kassa is er al voor me gebeld, dus er staat een vriendelijke meneer klaar, die helpt om de rolstoel alle hellingen op en af te krijgen. Hele goede service dus! Behalve dat de opgravingen heel interessant zijn heb je bij mooi weer ook prachtig uitzicht over de omgeving. Je kunt behalve de heuvelruggen naar het nodig ook tot aan de Pyreneeën in het zuiden kijken. Je ziet Narbonne en Béziers in de verte, zelfs Sète is te zien. Dichterbij zie je de kust, het Canal du Midi, en het bijzondere stralenpatroon van het in de vroege middeleeuwen drooggelegde meer van Montady. Absoluut een aanrader!

Een andere dag gaan we naar de markt in het nabijgelegen Capestang, een echt leuk lokaal marktje, gelegen op een pleintje naast de kerk, deels in de zon, deels onder de platanen. Je kunt er ook heerlijk koffiedrinken op een terrasje terwijl je alle mensen uit de buurt langs ziet flaneren. Zo komen ook Gerda en Tijn langs, onze huisbazen. Vandaar rijden we naar de kust, waar we in Narbonne-Plage heerlijk langs de boulevard in een restaurantje eten. Er is hier een geweldig groot zandstrand, met een brede promenade erlangs, die door een laag muurtje van het strand gescheiden is. Op regelmatige afstanden van elkaar zijn goed zichtbare en lekker brede gehandicaptenparkeerplaatsen. Van de parkeerplaats kun je zo de promenade op, en daar is ook steeds een doorgang door de muur naar het strand. Bij de doorgangen is onder het zand een betonnen pad naar zee aangelegd, ideaal voor rolstoelers, maar ook gewoon als je geen zin hebt om door het mulle zand te hoeven ploegen. In het seizoen kun je hier ook op verschillende plaatsen strandrolstoelen huren, maar John hoeft helemaal niet het strand op om de zee te voelen, hij blijft gewoon op de promenade. Ik moet natuurlijk toch even mijn schoenen uit en even pootjebaden. Je kunt toch niet aan de Middellandse Zee geweest zijn en niet pootjebaden!

Terugweg (met hindernissen)

Na twee weken is de koek helaas op en moeten wij weer richting huis. Als we wegrijden uit Ouveillan is het nog duidelijk zomer, met voorzichtige hints dat de herfst in aantocht is in de kleurende bomen. We rijden dit keer min of meer recht naar het noorden. Even ten noorden van Béziers betekent dat dat we in ruiger landschap komen, de bergen in (Grandes Causses). Bij de bekende brug van Millau stoppen we even op een parkeerplaats om het uitzicht bij de brug te bewonderen. John blijft liever in de auto, en dat is maar goed ook, want het is een behoorlijke klim naar het uitzichtplateau, zeker bij deze temperatuur. Daardoor heb je wel prachtig uitzicht over de brug en over het dal van de Tarn. Wel begint het nu een beetje heiig te worden.

Om niet de hele dag over de snelweg te rijden, gaan we iets verder naar het noorden van de snelweg af en rijden met een kleine omweg door de Auvergne. Ook wel een omgeving waar we nog wel eens wat meer van zouden willen zien. De omrijroute vraagt wel wat tijd, dus lunchen we gewoon op een parkeerplaats in de auto. Wel met prachtig uitzicht over de omgeving. Naarmate we noordelijker komen wordt het steeds bewolkter. We rijden door tot Bourges, waar we de nacht zullen doorbrengen in een hotel Première Classe. Zoals gewoonlijk ligt dit hotel aan de buitenrand van de stad, vlak bij de snelweg, tussen andere hotels. We zijn te laat om nu nog het centrum van de stad te gaan bekijken om daar te eten. Er zijn wel wat restaurants in de buurt, maar je kunt er eigenlijk niet heen lopen, zeker niet met een rolstoel, want er is niet overal een stoep. Na het eten is het helemaal donker en regent het, dan is het nog moeilijker om terug te komen bij het hotel. Het hotel is op zich redelijk, maar er is niet vreselijk veel ruimte op de kamer om te kunnen manoeuvreren met een rolstoel. Wat dat betreft hebben we het dit jaar niet zo getroffen met deze hotelketen, terwijl ik toch in alle gevallen van tevoren via de mail gecommuniceerd heb over onze toegankelijkheidseisen.

De volgende morgen is het weer droog. Ik pak de auto in en we rijden naar het centrum. Omdat het zondag is kunnen we gratis in het centrum parkeren. Tegelijkertijd is het moeilijk om in het centrum te komen, want er is een markt in de hoofdstraat. We ontbijten op een terrasje op een pleintje in het centrum. Dat is qua temperatuur nog net te doen, maar het is wel wat fris na de temperaturen die we in Zuid-Frankrijk gewend waren. Na het ontbijt lopen we over de markt en genieten van alle historische panden in de omgeving. Rondom de kathedraal liggen weer volop kinderkopjes en aan de kant waar we aankomen zijn alleen trappen. Later blijkt het aan de zijkant mogelijk te zijn om met een rolstoel naar binnen te gaan, zodat John ook van het interieur van de kathedraal kan genieten. Wel is er net een kerkdienst bezig, dus kunnen we niet alles zien. Naast de kerk is nog een prachtig park, met borders op zijn Frans. Wel moeten we vervolgens omkeren en dezelfde weg weer terug, want overal lopen we tegen trappen aan, en anders onbegaanbare kinderkopjes. Ondanks de drukte op de markt blijft de hoofdstraat de meest begaanbare. Na de regen van gisteravond is het prettig weer grotendeels in de zon te lopen, en daarna te rijden.

We vervolgen de terugweg, ditmaal in noordoostelijke richting naar onze tweede overnachtingsplaats, Metz. Ook over deze stad hebben we goede verhalen gehoord, en we willen de stad weleens bekijken, in plaats van er langs te rijden. Wederom hebben we geboekt bij een hotel Première Classe, alhoewel de communicatie met het hotel al niet vlekkeloos verliep. Bij aankomst is de receptioniste al heel verbaasd als ik aangeef dat ik eerst de kamer wil zien voordat ik wil betalen en daarmee onze boeking vast te leggen. De kamer is gelukkig aan de buitenkant van het hotel, zodat ik niet hoef te hannesen met bagage en deuren. Maar ik heb wel meteen mijn twijfels over de toegankelijkheid van de kamer. De receptioniste begrijpt het niet en benadrukt de ruimte die er is naast het bed, en hoe ruim de badkamer is. Moe als ik ben, besluit ik het toch maar te proberen, en pak de auto uit, maar ik heb zo mijn bedenkingen. De beslissing is dus snel genomen, we gaan hier zeker geen twee nachten blijven zoals oorspronkelijk het plan was. Dan morgen maar wat minder tijd om de stad te bekijken. Gewapend met dit besluit ga ik nogmaals naar de receptioniste, die beloofd mijn bezwaren door te geven aan het management, wat ik overigens betwijfel. Daarna gaan we richting het centrum van Metz. Het is inmiddels te laat om allerlei dingen te bezichtigen, maar we  kunnen ons wel oriënteren in het centrum en bedenken wat we morgen per sé willen zien. We vinden een groot restaurant aan een plein in het centrum waar we binnen kunnen eten en de rolstoel ook makkelijk in komt.

Als we terugkomen in het hotel blijkt waar mijn gevoel van onbehagen met de kamer is zodra ik de rolstoel in de kamer heb. Dan is al snel duidelijk waar het probleemgebied is. Om in de badkamer te komen moet je aan het voeteneind langs het bed en dan nog een hoek om om door de deur in de badkamer te komen. De ruimte aan het voeteneind is 70 cm……. Daar kan dus geen rolstoel door, laat staan dat die een draai kan maken. Gelukkig heb ik in de hal van het hotel een invalidentoilet gezien. Alleen blijkt dat als de receptie om 20.00 uur sluit, ze ook de toiletten afsluiten. Maar ja, John moet wel naar de wc! Dus weet ik met enige moeite het bed 90 graden te draaien, zodat we de rolstoel in de badkamer kunnen krijgen. Maar dan kan John weer niet in bed, dus als hij klaar is op het toilet mag ik het bed weer terugdraaien. Echt klusjes waar je op zit te wachten als je net twee volle dagen gereden hebt……

De volgende ochtend is het bijzonder fris, vlak boven nul. En wij hebben alleen zomerkleding bij ons, en geen jassen, maar gelukkig wel redelijk dikke vesten. We parkeren vlakbij de kathedraal. Op het plein ervoor is een ouderwets Frans café, uitermate geschikt voor een Frans ontbijt. Na het ontbijt is de kathedraal open. Binnen is het niet zo koud, en er is bijzonder veel te zien. Alleen het stuk rondom het koor is verhoogd en dus niet toegankelijk voor de rolstoel. Al met al is er genoeg te zien, waaronder enkele prachtige glas-in-loodramen van Chagall. We zijn wel anderhalf uur met ons bezoek bezig, en dat is maar goed ook, want daarna is het buiten weer iets opgewarmd. Genoeg om nog een verdere rondwandeling te maken. Dat betekent wel weer de heuvel af, naar de rivier, en later weer de heuvel op, maar gelukkig zijn de stoepen redelijk rolstoelvriendelijk. We zijn blij dat we hier gestopt zijn, ook al zien we niet zoveel als we misschien gewild hadden.

Na nog een kopje koffie in het café waar we ons ontbijt nuttigden gaan we door naar onze volgende stop: de grote Leclerc even ten noorden van Metz, waar we boodschappen inslaan voor thuis. Onderweg eten we de koffiebroodjes die ik al bij de bakker haalde. Daarna weer richting het noorden, met een korte tankstop in Luxemburg. Halfweg tussen Luxemburg en Brussel stoppen we bij een wegrestaurant om wat te eten. John laat zich overhalen om het toilet te proberen. Het is eigenlijk nèt te krap. De rolstoel kan er wel in, maar kan niet meer manoeuvreren als de deur dicht is, zeker niet als ik er ook nog bij moet om de transfers te doen. Zoals altijd zitten vaste beugels, wastafels en grote prullenbakken in de weg. Met enig beroep op mijn improvisatietalent lukt het wel. Voor John voelt het weer als een stukje zelfoverwinning: weer iets nieuws wat gelukt is: onderweg naar het toilet. En het zit toch ook wat rustiger in de auto als je niet nodig hoeft. Door deze stop missen we ook het avondspitsuur rondom Brussel. Helaas begint het vlak voor Brussel pijpenstelen te regenen en dat houdt niet op tot we voorbij Antwerpen zijn. Daarna is het gelukkig weer droog en komen we heelhuids en niet al te laat weer thuis.