Donderdag 4 september 2008

Ik rijd vanmorgen snel naar SuperU om bij de bakker vers brood te halen voor het ontbijt en lunchpakketten. Daarna haal ik John uit bed. Na het ontbijt de auto in. Het weerbericht klopt. Zo nu en dan een buit, bewolkt met opklaringen. We beginnen weer in Plozévet, maar nemen nu de kustweg in zuidelijke richting. Veel wisselend, vrij ruig kustlandschap met mooie stranden.

Het kapelletje bij Penhors is heel mooi. Dit weekend is er een Pardon, maar dat vind ik toch wat ver vanuit Concarneau. De kapel bij Languidou is ook 11e/12e eeuw, maar hier is minder van over! De nabij gelegen duinmeertjes (Etang du Trurivel) is even ander landschap, maar schitterend. De kerk en calvaire bij Tronoën hadden we al eens gezien. De bedoeling was om in St Guenolé naar het museum te gaan, maar John wil me een transfer besparen. Ik hoest me te pletter en dan zijn transfers inderdaad vermoeiend.

We eten onze lunch op in St Pierre met uitzicht op de Phare d’Eckmühl op de Pointe de Penmarc’h. Wat ik vergeten was, was de enorme zwavellucht van het drogende zeewier bij laag water. De zwarte rotsen zijn nog steeds prachtig. Door de aantrekkende wind geven de golven wel een mooi spektakel en het is leuk te kijken naar de dappere zeiler die een grote rots rond.

Nog even stoppen bij de kerk van Penmarc’h voor de herinnering en dan op naar huis. Onderweg krijgen we een flinke bui. Toch stoppen we nog even bij de cidrerie om rond te kijken en natuurlijk te proeven. We nemen natuurlijk ook wat flessen mee, zowel gegist als puur appelsap en ook azijn.

‘s Avonds is het goed om binnen te zijn want het gaat steeds harder waaien. Er is een storm onderweg. Jammer dat er nog geen hout bij de open haard ligt!