24 augustus 2008
Het heeft er lang naar uitgezien dat we dit jaar niet op vakantie konden gaan. Na de onderbeensamputatie waren de transfers erg moeilijk geworden. Maar langzamerhand kwamen alle benodigde hulpmiddelen:
  • een stompsteun die makkelijk van de stoel kan
  • een tilband die ik op internet heb gevonden en waarmee ik John kan tillen
  • de prothese
  • de Quix.

Dus hakten wij de knoop door en zochten een paar plaatsen waar we zo te zien met de rolstoel heen op vakantie konden, om er toch even helemaal uit te zijn.

Op deze zondagmorgen gaat al vroeg de wekker. De laatste was nog van de lijn in de bagage. De bagage de hal in. Dan de verzorging van John, de auto inpakken en op pad. Eigenlijk had ik om acht uur willen vertrekken, maar het is uiteindelijk pas negen uur. Sommige dingen duren soms langer dan verwacht. Het is bewolkt maar droog, dus uitstekend om te rijden.

De gebruikelijke weg, langs Rotterdam, Breda, Antwerpen, Gent, en dan ontbijten in Nazareth. Helaas is de invalidenplek bezet, dus ik haal John voor de deur uit de auto voordat ik parkeer. Het gaat nog bijna fout omdat John kramp krijgt in zijn linkerbeen van het lange zitten.

Na het ontbijt weer verder naar het zuiden. Eenmaal in Frankrijk begint het een beetje te regenen. Omdat ik hierdoor minder hard kan rijden en het ontbijt ook langer geduurd dan verwacht besluit ik onderweg nog maar één keer te stoppen. Langs Lille en Amiens en dan richting le Havre. In de buurt van Yvetot  op een Aire gestopt. Net een miezerbuitje. Om energie te sparen en niet nat te worden blijft John in de auto zitten. Ik pak wat te drinken en smeer wat bolletjes voor de lunch (ook al is het al drie uur). Met de koelbox even uit de auto kan John zijn been wat beter strekken.

Na een kwartiertje gaan we weer verder. Over de Pont de Normandie richting Caen. Als we de péripherique verlaten richting Rennes begint het echt te plenzen, dus kunnen we wat minder genieten van het landschap om ons heen. De rit verloopt verder voorspoedig, dus al snel zien we Avranches en Mont-Saint-Michel liggen en rijden we Bretagne. Bij Dol-de-Bretagne verlaten we de hoofdweg. Tommy weet gelukkig de weg en leidt ons naar onze eindbestemming: La Morière, een boerderij met Chambre d’Hôte met zicht op Mont-Dol. We arriveren zoals afgesproken rond 6 uur.

Vanaf de weg kom je zo op een erf waar enkele gebouwen omheen staan. Langs de weg wat schuren die gebruikt worden voor cursussen en feesten. Er tegenover het huis met in het verlengde nog wat bijgebouwen. Eén ervan, vroeger de paardenstal, is nu omgebouwd tot een klein appartement, met een zitkamer, badkamer en twee slaapkamers. In elk van de slaapkamers staat een eenpersoonsbed tegen de ene muur en een hooglaagbed tegen de andere muur. Tegen één muur kun je de oude voedertroggen nog zien zitten. Simpel maar adequaat.

De Nederlandse eigenares heeft een tillift voor ons geregeld, maar vanwege de onregelmatige vloer en het gebrek aan ruimte is die wat moeilijk te gebruiken. De badkamer heeft een brede deur en is ruim. De wastafel is laag, het toilet is verhoogd en de douche hangt los aan de muur zodat je er goed met de douchestoel bij kunt komen. Alleen de drempel bij de ingang is wat lastig om over te komen. Het grind op het erf maakt het duwen van de rolstoel zwaar en ook kan hierdoor John de Quix hier niet gebruiken

Marga komt met een welkomstdrankje maar John wil eerst naar de wc, dus ik moet meteen aan het werk en mag na 800 km rijden niet eerst even uitpuffen. Daarna even wat drinken voordat ik de auto uitpak. Al snel daarna is het tijd voor het eten. Om  niet weer weg te hoeven na zo’n lange rit eten we op la Morière. Marga’s man Hans is de kok. Alle tafels op la Morière zijn hoog genoeg zodat John er met de rolstoel onder kan komen. Als voorafje een heerlijk stuk paté met wat sla en geitenkaas met een honingdressing. Daarna heerlijke vissoep. En dan nog ijs toe. We sluiten af met koffie en thee in de zitkamer, waarna het alweer tijd is om naar bed te gaan.

Het is al donker en doodstil buiten, dus als wij gewend zijn aan onze slaapstal en de ‘vreemde’ bedden vallen we allebei in een diepe slaap.