Dinsdag 12 oktober 2010

Net als gisteren ga ik snel in mijn eentje ontbijten. Daarna verder met inpakken, terwijl ik tegelijk John uit bed haal, want we gaan vandaag weer terug naar huis. Dat wil niet zeggen dat vandaag geen echte vakantiedag hoeft te zijn. Als alles in de auto zit, en ik de hotelmanager heb uitgelegd waarom ik een negatieve evaluatie van het hotel heb gegeven gaan we richting het noorden.

Omdat we er zo dicht bij in de buurt zijn, zeurt John al dagen dat hij graag het voetbalstadium van Sunderland wil zien, het Stadium of Light. Het blijkt nog niet zo makkelijk te vinden te zijn, waarschijnlijk ben ik gewoon te vroeg van de snelweg af gegaan. John wil ook nog de fanshop in en geeft veel geld uit aan een voetbalshirt.

                            

Daarna mag ik mij ook nog even uitleven en we rijden naar het plaatsje Washington waar het huis ligt van de voorouders van George Washington. Dit huis heb ik jaren geleden al eens gezien en ik denk dat John het ook heel leuk zal vinden. Er blijken goede faciliteiten voor rolstoelers. Allereerst mogen we door de achterdeur (wat oorspronkelijk de voordeur was) rechtstreeks vanaf de parkeerplaats de grote hal in. En omdat we met de rolstoel niet naar boven kunnen laten ze ons een dvd zien van alles wat je anders boven had kunnen zien. Nadat we het huis helemaal gezien hebben gaan we de tuin in. De vorige keer dat ik deze zag was hij net opnieuw aangelegd, nu is het al een stuk verder volgroeid. Ook zijn ze druk bezig om de tuin verder uit te breiden met een moestuin en een notenboomgaard. Het beste van al is dat ze van het terras naar de tuin een speciale plateaulift voor rolstoelen hebben aangebracht, dus John kan mee de tuin in. Als we terugkomen op het terras komt de receptionist nog vragen of hij voor ons een kopje thee zal halen in de tearoom die ook op de eerste verdieping in het huis is. Helaas kunnen we dat aanbod niet aannemen omdat we vroeg willen inchecken bij de veerboot.

Wij stappen dus weer in de auto en rijden door de Tynetunnel naar North Shields bij Newcastle, waar de weerhaven is. Ook hier mogen we weer in een aparte incheckrij voor de ‘bijzondere gevallen’. Alleen mogen we hier niet meteen na het inchecken de boot op. We moeten zelfs nog anderhalf uur wachten, in de zon. En als je niet weet hoe lang het nog gaat duren is dat niet zo prettig. Uiteindelijk mogen we weer met flikkerende alarmlichten de boot op en krijgen weer een parkeerplaats bij de lift. Ditmaal is er specifiek gevraagd of we ook een rolstoel hebben en aan welke kant die bij de auto moet komen, want daarom houden ze de plek naast ons op het parkeerdek vrij. Onze hut is weer op hetzelfde dek als het restaurant en ditmaal is de gang voor onze hut een stuk breder, verderop wordt het smaller. De hut zelf is iets minder luxe dan op de heenweg, maar de bedden zijn een stuk comfortabeler.

We boeken een tafel voor de eerste zitting, maar de boot is dan wel al vertrokken van de kade. Dat betekent veel meer zeebenen ontwikkelen om het eten van het buffet te kunnen halen, maar ook dat heeft zo zijn charme. Na het eten lopen we nog wat over de boot en zitten nog even in een van de bars om naar de muziek te luisteren. Maar we zijn ook moe, dus gaan we al vrij snel slapen. Gelukkig houden ze op het schip Nederlandse tijd aan, dus het lijkt al gelijk een stuk later.

De volgende ochtend hebben we nog ruim genoeg tijd om te ontbijten. Vanuit het restaurant speuren we de horizon af naar de eerste tekenen van de kust. Als die eenmaal zichtbaar is zijn we ook snel in IJmuiden, waar het uitchecken voorspoedig verloopt. Ik ben wel stiekem iets eerder met de lift naar het autodek gegaan dan dat het wordt omgeroepen, maar daardoor ben ik voor het grote dringen en heb ik ook genoeg tijd om John, de rolstoel en de bagage weer in de auto te krijgen.