Woensdag 9 juni 2010

Vanmorgen weer hard aan het werk: na het ontbijt moet alles weer in de auto. We nemen afscheid van Hans en Marga en verlaten Dol in westelijke richting. Eerst over de barrage bij St Malo. Dit keer stop ik wel even om foto’s te maken. En dan verder door het prachtige bosrijke landschap en de heuvels naar Moncontour, het middeleeuwse ommuurde stadje dat we de vorige keer zagen en niet bekeken. Door de eerste smalle straatjes heen, vind ik een parkeerplaats op een pleintje voor een kerk. Het weer is een beetje twijfelachtig en John is te moe om de auto uit te komen, zegt hij, dus ik loop zelf even rond om foto’s te maken. Ik zoek of ik ergens het kasteel kan vinden, maar ik zie wel verwijzingen ernaar, maar niet het kasteel zelf, buiten een toren en een muur. Ik ben ook wel blij dat ik de rolstoel hier niet hoef rond te duwen. De straten zijn vrij steil, en te hobbelig voor de Quix.

Vanuit Moncontour gaan we verder naar Pontivy. Ook zo’n plaats die we steeds op de richtingborden hebben gezien, en nooit bekeken. Wel flitsen ervan gezien toen de Tour erdoor kwam. Helaas zien we er ook dit keer niet zo veel van, want juist als we daar aankomen begint het te regenen. De oude stad is wel veel beter begaanbaar dan Moncontour. Dus misschien een volgende keer…..

We hebben nu de keus om de Route Express te pakken, of nog een stuk binnendoor te rijden. Omdat dit landschap zo geweldig is, kiezen we voor het laatste. Toch prettig als je de omgeving goed genoeg kent om een plaats uit te kiezen om in Tommie te programmeren! Dus genieten we van het bosachtige en heuvelachtige landschap richting Kernascléden en Quimperlé, en we realiseren ons weer waarom we graag in deze omgeving zouden wonen. Gelukkig regent het niet voortdurend maar zijn het buien. Bij Quimperlé gaan we de Route Express op tot de afslag van Concarneau. Al kon ik het exacte adres van onze volgende Gite d’Étape niet in Tommie vinden, de routebeschrijving is zo eenvoudig dat we er snel heenrijden. We arriveren rond de aangegeven tijd van vier uur.

L’Orée de l’Océan is ook weer een verbouwde schuur bij een boerderij, alleen wel een beetje luxer dan La Morière. In de schuur is een deel gereserveerd voor korte overnachtingen, en twee delen als gite voor verhuur per week. Er is een schattig tuintje voor en ruimte op het terras om te zitten. Vanaf het terras kijk je over het erf uit naar de landerijen erachter. Het geheel is omringd door bomen wat de wind breekt, en ook het geluid van het verkeer op een drukke weg dichtbij.

Na de hartelijke ontvangst door Joelle en Michel pak ik alleen snel de auto uit en gaan wij daarna richting Concarneau. John kan haast niet wachten om de stad weer te zien, en te zien of er ook wat veranderd is. We rijden ook even naar de Sables Blanches en over de Corniche , want dat zou de ideale plek zijn om een appartement te hebben. Vandaar natuurlijk even door naar le Cabellou, waar alles nog steeds hetzelfde is. ‘Ons’ restaurant is vanavond open, vanaf zeven uur, dus maar even terug naar het pension voor een pp.

 

Als het etenstijd is worden we natuurlijk weer allerhartelijkst ontvangen in ‘ons’ restaurant. Al is het alweer twee jaar geleden, hij herkent ons meteen. Het eten zoals gewoonlijk heerlijk, en tegelijk genieten van het uitzicht over de baai naar Concarneau. Vreemd genoeg lijkt het een precieze herhaling van twee jaar geleden: er hangen dikke wolken over de stad, maar in de baai is het vooralsnog (min of meer) droog. Het lukt ons ook om nog net droog thuis te komen. Het is dan niet meer zo druk op de verbindingsweg tussen de Route Express en Concarneau dus kunnen we heerlijk rustig gaan slapen.