Donderdag 17 juni 2010

Ik haal ‘s ochtends eerst brood bij de SuperU en ga dan eerst een van de aanbevolen crèperies in de buurt bekijken om te zien wanneer ze open zijn en hoe toegankelijk het is. Dat laatste valt wel mee, maar ze zijn alleen morgenavond open en dan hebben ze al een grote groep geboekt. Het is overigens een schitterende verbouwde watermolen, iets verder langs de Guyen, op nog geen 4 km van ons huisje. Wel is de weg er naar toe deels maar halfverhard.

Tegen de tijd dat ik terugkom is John klaar om uit bed te komen. De weersverwachting lijkt gelijk te hebben: het is weer zonnig met hier en daar een wolkje, en de wind lijkt wat minder geworden. Op basis van die weersverwachting hebben wij voor vandaag weer een rondrit gepland. Dus als John helemaal klaar is en de wond verzorgd, til ik hem in de auto. We gaan wederom richting het noorden, naar het Presqu’ile de Crozon, het middelste van de drie schiereilanden van Finistère. Allereerst gaan we naar de top van Menez Hom. En ondanks het mooie weer is het uitzicht beperkt, maar het is nog steeds geweldig. En het kan wel minder waaien, maar bovenop die ‘berg’ waait het behoorlijk hard.

 

We rijden de berg weer af in westelijke richting. Dit schiereiland heeft een bijzondere vorm. Aan het eind zijn verschillende landtongen die in verschillende richtingen de zee in steken. Deze pointes creëren tegelijk hele mooie beschutte baaien. En die beschutting van de kracht van de Atlantische Oceaan is al lang gebruikt in allerlei zeeslagen in deze omgeving! Daar zijn nog veel getuigenissen van te zien in de vorm van zeescholen en bunkers en batterijen kanonnen. De bedoeling is eigenlijk om vandaag al die pointes te bekijken. We beginnen met de noordelijke kustweg, die uiteindelijk leidt naar de Pointe des Espagnols. Ik kan het niet laten om regelmatig te stoppen om foto’s te maken. John geniet vanuit de auto van het uitzicht. Het effect van de beschutting is heel duidelijk aan de oostkant van Pointe des Espagnols. De beplanting hier door haast aan de Middellandse Zee denken. Er staan ook enkele fikse huizen. Het zou me niets verbazen als dit mensen zijn uit Brest, wat je hiervandaan aan de overkant van de zeearm kan zien liggen. Als je voorbij de Pointe komt en bovenop de heuvel is de begroeiing weer meer wat je langs de kust verwacht, met dennenbomen, brem en hei, veel kaler. Even verderop krijg je het eerste uitzicht op Camaret, dat er hiervandaan weer schitterend bijligt.

In Camaret stappen we even uit, zodat ook John even kan uitwaaien. Met het lichte windje is het buiten heerlijk, maar in de auto wordt het achter glas behoorlijk warm.  Zo midden op de middag is er alleen weinig open, en we vinden tot onze verbazing hier geen crèperie. Verbazing omdat we er eerder onderweg de een na de ander zagen! Na Camaret slaan we de Pointe naar het westen over en gaan via de groep menhirs weer naar de Pointe de Pen Hir, voor het prachtige uitzicht. Al waait het niet zo hard als de vorige keer, is het hier zo open dat de wind behoorlijk toeslaat. Inmiddels is de middag toch al aardig gevorderd, dus ook de Pointe de Chèvre laten we voor een volgende keer. We gaan weer terug richting Cap Sizun en proberen onderweg, meer in de buurt van ons huisje een crèperie te vinden. Onderweg neem ik een onbedoelde afslag en daarmee komen we opeens langs een prachtig wijd zandstrand, een van de weinige die ik in deze omgeving heb gezien, precies tussen de twee schiereilanden, even ten noorden van Douarnenez bij Pentrez-Plage. Onderweg blijkt het toch een beetje moeilijk om tegelijk op de weg te letten en uit te kijken naar een restaurantje. En als ik er dan eindelijk een zie, blijkt het totaal niet toegankelijk voor een rolstoel, want je moet overal of een hoge stoep op, of een trapje naar een terras. Het is op zich wel te begrijpen, want dan heb je mooier uitzicht, maar voor ons is het vervelend. Als we het bijna op willen geven, want zoals gewoonlijk moet John opeens weer naar de wc, vind ik een heerlijk tentje even buiten Pors de Poulhan, waar we op het terras in de zon, met uitzicht over de Baie d’Audierne en de Atlantische Oceaan heerlijk eten. De wind die er is komt uit het noordoosten, dus daar hebben we hier aan de zuidkust geen last van.

Na het eten komen we nog op tijd thuis om Frankrijk uit het WK te zien vliegen. We drinken nog wat en komen een keer (voor onze doen) erg laat in bed.