Dinsdag 15 juni 2010

Als we wakker worden is er weer aardig wat blauw in de lucht, en de voorspelling is goed, dus staan we vandaag maar iets eerder op. Ik kan eindelijk John ervan overtuigen dat we vanmorgen de douche gaan uitproberen. Hij heeft het steeds willen uitstellen naar de middag, maar dan zijn we allebei te moe. Het is natuurlijk weer een heel gepuzzel rondom alle transfers, maar het helpt dat we een goede douchekruk hebben, die goed op hoogte in te stellen is, en goede beugels bij de douche. Toch maar wel de prothese weer afgedaan, zou toch vervelend zijn als die nat werd. En de linkervoet ingepakt in een plastic zak. Achteraf blijkt dat de vloer net niet genoeg afloopt naar het putje want er is ook een stroom water de slaapkamer ingelopen zodat het kleedje bij mijn bed nu ook doorweekt is. Maar dat droogt wel weer in de wind buiten.

Na het ontbijt de auto in, want als het dit soort weer is, is het toch ook leuk om weer wat van de omgeving te genieten (al is dat soms wat moeilijk te fotograferen). We rijden eerst naar Locronan, waar we op aanwijzingen van het niet zo behulpzame personeel aan de rand van stad (betaald) parkeren. Later blijkt nl. dat er in het centrum gewoon invalidenparkeerplaatsen zijn, wat ze ontkenden! Locronan is een aardig plaatsje op een heuvel uitkijkend richting de baai bij Douarnenez en het Presqu’ile de Crozon. Er zijn nog veel oude huizen wat leuk is om naar te kijken. Alleen zijn er ook veel kinderkopjes en behalve de hoofdstraat lopen veel straten ook steil omhoog of omlaag, niet zo geschikt om een rolstoel in te duwen. De meeste winkels en restaurants hebben ook twee treden omhoog om er in te komen. Toch is het voor ons zo ook voldoende.

Van Locronan rijden we naar Chateaulin, aan de rivier de Aulne. Chateaulin ligt aan de voet van Menez-Hom, de hoogste en laagste ‘berg’ van de Zwarte Bergen. De berg gaan we een andere keer nog wel op, want het is hier vrij bewolkt. Wij rijden verder naar het noorden, richting Brest en stoppen in Daoulas. Daar moet een oude abdij zijn. Er is alleen niet veel van te zien, en zo te zien aan de ingang is het ook niet erg rolstoelvriendelijk, dus laat ik het maar voor wat het is. We rijden langs de monding van de Aulne naar le Faou, steken de rivier over (er wordt nu ook een fraaie nieuwe brug naast de huidige smalle brug gebouwd) richting Landévennec. Al van de overkant van de rivier zien we de modernere Abdij liggen. Volgens mij is die nog gewoon in gebruik. Het is hier zo afgelegen dat we op weg naar het dorp vlak voor ons een hert zien oversteken! In het dorpje vinden we de bordjes naar de ruïne van de oude abdij, die al in de vijfde eeuw gestart is. Inmiddels begint John te klagen dat hij weer snel naar huis wil (lees naar de wc moet), dus ik maak snel wat foto’s vanaf de ingang en dan rijden we weer naar het zuiden naar ons huisje.

Daar zitten we nog weer even heerlijk met een drankje in de zon op het terras, maar het is toch iets te winderig om buiten te eten. We eten weer iets later, omdat we de hele dag uit zijn geweest, en daarna is het al snel weer tijd om naar bed te gaan.