Rolstoelvakantie 6: november 2011

Onze vakantie viel zo vroeg in het jaar, dat wij ondanks twee respijtzorgarrangementen alweer behoefte hadden aan een korte vakantie. Vooral John vindt het een enorme traktatie om even weg te kunnen zijn uit de gewone sleur in Zoetermeer en weer eens iets anders te kunnen zien. De inspiratie voor ons reisdoel haalden we uit de terugreis van onze vorige vakantie: de Bourgogne. Vanaf nu overigens geen dagboek meer, maar één of meer verhalen per keer.

De thuiszorg haalt John ’s ochtends nog uit bed terwijl ik de auto inpak. Omdat ik op het laatste moment ook nog wat dingen wil regelen rijden we uiteindelijk toch pas om half elf weg. Dit keer een nieuwe route voor ons: over Brussel en Luxemburg.  Ik heb ’s morgens de file informatie goed in de gaten gehouden. Toch rijden we voor Antwerpen een file in en later nog een keer bij Brussel. Gelukkig is het hier prettig weer, dus kunnen we onderweg uitgebreid genieten van de prachtige herfstkleuren. Omdat we wel wat tijd verloren hebben wil ik niet meer uitstappen onderweg. Wel stoppen we twee keer op een parkeerplaats om onze meegenomen koffie en sandwiches op te eten. De route door Wallonië geeft al veel eerder het idee dat je in het buitenland bent dan onze gebruikelijke route door West-Vlaanderen.

Tegen de tijd dat we over de grens met Luxemburg komen verslechterd het weer snel en we zijn nog maar net in Frankrijk als het pijpenstelen begint te regenen. Het wordt inmiddels ook al donker, dus het laatste stuk rijden gaat niet zo snel als gehoopt en is ook aardig vermoeiend voor mij. Toch komen we zonder problemen aan bij ons hotel aan de noordkant van Beaune. Voor deze vakantie hebben we weer gekozen voor een B&B-hotel. Anders dan onze eerdere ervaringen valt dit hotel ons een klein beetje tegen. De minder-validen kamer is eigenlijk te klein voor de rolstoel, het is heel moeilijk om de stoel om de hoek aan het voeteneind van het bed te draaien zodat de stoel naast het bed komt. Er is dan in elk geval geen ruimte meer voor mij om voorbij de rolstoel te komen om John uit de stoel in bed te krijgen. Het bed staat helemaal vast gemonteerd, dus je kunt ook niet zelf ergens meer ruimte creëren. Ook de indeling van de badkamer is niet echt handig. Boven het toilet is een plankje voor spullen gemaakt. Als je dan minder makkelijk rechtop kunt blijven zitten zoals John heb je de hele tijd het plankje in je nek. Maar zoals altijd op vakantie zijn we flexibel. Het is immers maar een paar nachten. Met wat improvisatie krijg ik John wel in en uit bed, en op het toilet.

Hospices de Beaune

De tweede tegenvaller is dat je ook voor een restaurant weer terug de auto in moet. Ik heb John dus na aankomst in de auto laten zitten en heb alleen de auto uitgepakt. Dan gaan we eerst op zoek naar de Courtepaille in de buurt, waar we korting voor krijgen. Gelukkig regent het niet meer zo hard, is het nu alleen nog maar miezerig. Het eten bij Courtepaille is wel weer erg goed en het is er gezellig. Na het eten gaan we weer terug naar het hotel en naar bed.Als we de volgende ochtend wakker worden is het gelukkig weer droog. Ik rijd snel even langs LeClerc om wat kleine dingen te halen en te zien of ze morgen ook open zijn. Dat blijkt niet het geval. Het slechte nieuws is bovendien dat ze maandagmorgen ook dicht zijn om de inventaris op te nemen, dus onze plannen voor die dag moeten we ook omgooien. Als John uit bed is krijgt hij zijn yoghurt met vezels en dan rijden we met de auto naar het centrum van Beaune. Dat is maar 5 km verderop, dus dat valt mee. Het is wat ingewikkelder om een goede parkeerplaats te vinden omdat veel invalidenplaatsen opgeheven of bezet zijn vanwege de markt die er vanmorgen is. Gelukkig is de oude stad van Beaune niet zo vreselijk groot en loopt er een ringweg rondom de stadsmuren. Daar is ook de VVV, waar ik wat folders haal met dingen om te doen en een kaartje van Beaune. Ergens langs die ring vind ik toch een vrije parkeerplaats met genoeg ruimte om John uit de auto te krijgen. Van daar lopen we de stad in. Alhoewel de straten in het oude centrum wel bestraat zijn met kinderkopjes zijn de stoepen breed genoeg en vlak, dus dat is prettig. Ook zijn er goede oversteekplaatsen. Al snel vinden we een pleintje met een leuk terrasje voor koffie met een tartine als ontbijt. Gelukkig zijn er ook parasols op het terrasje, want er komt toch nog een klein buitje over. Na ons late ontbijt lopen we wat door het centrum om rond te kijken en bezoeken we de markt bij de Halles. Zoals altijd in Frankrijk veel met lokale producten. Aan de markt is ook de ingang van het beroemde Hôtel de Dieu, het middeleeuwse ziekenhuis annex bejaardenhuis. Navragen bij de receptie leert dat ze voor rolstoelers speciaal een poort openmaken waarmee je rechtstreeks op de binnenplaats komt. Ook hoeven we geen entree te betalen. Toch kunnen we verder overal inkomen, want voor de grote zaal met de wandtapijten die op de bel étage is, is er een liftje voor rolstoelers. John geniet met volle teugen, ondanks het geschud door de kinderkopjes die hier op de binnenplaats natuurlijk gewoon nog liggen.

Nuits-Saint-George

Na het hospice lopen we nog wat verder door het oude centrum. Omdat we ’s middags ook nog wat willen zien gaan we dan alweer terug naar de auto. We volgen een stuk van een wijnroute aan de noordkant van Beaune (Côtes de Beaune), prachtig door de heuvels en rijden dan richting Dijon. Vlak ten zuiden van Dijon moet een kaasfabriek zijn die volgens de folder van de VVV een soort expositie heeft hoe kaas gemaakt wordt. Deze expositie is volgens de folder rolstoeltoegankelijk. Als we aankomen zie al snel de rolstoellift. Ik kijk even of het museum nog lang genoeg open is, en til dan John uit de stoel. Helaas kom ik er dan pas achter dat de lift stuk is! Een lolbroek heeft het kaartje van de lift gehaald dat daarvoor waarschuwt. In het winkeltje waar ik om toelichting ga vragen zijn ze erg vriendelijk en verontschuldigend. Het is kennelijk te duur om die lift te laten repareren. Jammer dat het wel speciaal aankondigd is in de folders…… Als goedmakertje brengen ze ons een proefschaal met 5 verschillende soorten lokale kaas met een stuk boerenbrood. Zijn we toch niet helemaal voor niets gekomen. Een lekker tussendoortje nu we ook geen lunch hebben gehad. Ik ren nog even langs de expositie om wat foto’s te maken, zodat John straks thuis toch nog kan zien hoe het museum er uit zag.

Chateauneuf

Als we weer terugrijden richting Beaune wordt het alweer donker, zodat we wat weinig zien van alle fraaie chateaux die langs deze route staan. Dat is het nadeel van zo laat in het jaar op vakantie gaan! We hebben al zoveel gezien vandaag dat we besluiten gewoon weer bij de Courtepaille te gaan eten. Daar kunnen we ook wat eerder eten en dus ook wat vroeger naar bed.De volgende dag maken we een lange tocht naar het westen van Beaune.  Het is mooi herfstweer dus dat is genieten. We komen eerst door Chateauneuf waar een prachtig oud kasteel ligt. Even verderop in Commarin is ook een chateau, maar meer renaissancestijl. We bekijken de kastelen niet, maar stoppen in Commarin wel even bij de bakker. Wij rijden door naar het plaatsje Flavigny-sur-Ozerain, dat bekend is doordat de film  Chocolat er is opgenomen. Zoals veel oude plaatsjes is het gebouwd op een heuvel. Bezoekers moeten op de parkeerplaats buiten de muren onderaan de heuvel parkeren. Er is wel een invalidenparkeerplaats, maar ook met een rolstoel moet je de heuvel op. Helaas is het centrum echt bovenop de heuvel. De hoofdweg het plaatsje in is gelukkig nog wel redelijk vlak. Na een stukje duwen parkeer ik John ergens in de zon en loop zelf nog wat steilere straten door om wat plaatjes te schieten en te kijken of ik ergens nog makkelijker omhoog kom. Dat is niet zo, dus dan waag ik me toch maar aan de weg naar boven. Al snel kom ik een inwoonster tegen die hulp aanbiedt bij het duwen. Dat neem ik dit keer dankbaar aan. Aan het centrale plein is een soort herberg waar de lokale boeren in de zomer in het weekend samen voor bezoekers maaltijden serveren van lokale producten.  Eenvoudig maar heerlijk eten. Helaas kom ik op de weg terug naar de auto geen behulpzame mensen tegen, want de rolstoel weer beneden krijgen is nog moeilijker dan omhoog! Het was gelukkig wel de moeite waard.

Flavigny-sur-Ozerain

Na deze onderbreking rijden we door naar de Abbaye de Fontenay. Zoals zoveel abdijen lekker afgelegen en rustig gelegen omringd door heuvels. Deze cisterciënzer abdij is geen ruïne en staat daarom ook op de werelderfgoedlijst. Er is rolstoeltoegang, al moeten we wel weer even wachten tot ze een poort voor ons open maken. Ook kunnen we niet helemaal de gewone route rijden omdat niet bij alle ingangen hellingbanen neergelegd zijn. Buiten één ruimte op de eerste verdieping kunnen we wel alles bekijken. En al is de zon verdwenen achter de wolken, een heerlijk rustgevende ervaring. Na de uitgebreide lunch hebben we niet echt trek meer dus is een stuk stokbrood in het hotel genoeg.

Abbaye de Fontenay

Omdat leClerc dicht is gaan we de laatste ochtend meteen de snelweg op. Vrij snel vinden we een Aire met een wegrestaurant waar ze ook heerlijke croissantjes en koffie verkopen, dus weer eens een ontbijtje in de auto. Helaas is ook het weer er naar, want het is vandaag mistig en miezerig. Dat bederft ook een beetje ons uitzicht. Natuurlijk wil je op zo’n korte vakantie zo veel mogelijk genieten dus heb ik een route uitgestippeld waar we ook nog wat kunnen bekijken. Dat begint in Lotharingen met de geboorteplaats van Jeanne d’Arc, Domrémy-la-Pucelle. Vandaar rijden we binnendoor naar Verdun. Net als de Westhoek en Picardië niet echt één slagveld, maar een groot gebied met veel te bekijken. Wij hebben alleen tijd voor een vluchtige indruk. Wel een goede appetiser, en er is voldoende rolstoeltoegang zo te zien. Aan de rand van de stad is een grote leClerc, waar ik nog snel even wat boodschappen doe en dan is het snel de autoweg weer op. Bij Metz komen we een beetje in het spitsuur terecht. Anders dan op de heenweg lijkt het alsof er bij het tankstation in Luxemburg een lange file staat. Dat blijken alleen de vrachtwagenchauffeurs te zijn die willen gaan eten. Rondom Luxemburg-stad staat het wel geruime tijd vast, maar in België kunnen we dan ook lekker doorrijden, na nog een korte stop even over de grens.

Omdat we zoveel gezien hebben lijkt het een veel langere vakantie dan een lang weekend, maar achteraf moet ik wel toegeven dat ik me een beetje verkeken heb op de afstand. Ook al hebben we het allebei volgehouden, ik was wel een paar dagen kapot.